De berekening begrijpen
Beide scenario’s beginnen met hetzelfde beschikbare vermogen. Kopen gebruikt eigen inbreng en eenmalige kosten; het restant blijft financieel vermogen. Huren houdt het beginvermogen financieel beschikbaar. Het model gebruikt per maand een gemeenschappelijk woonbudget: het verschil tussen de hoogste van beide woonuitgaven en de eigen woonuitgave wordt belegd. De koper telt de woningwaarde na verkoopkosten op en trekt de openstaande lening af. Aflossing verlaagt schuld en is geen verlies aan nettovermogen. Financiële groei en woningwaardestijging zijn afzonderlijke aannames.
Nettovermogen koper = woningwaarde − verkoopkosten − openstaande lening + financieel vermogen. Nettovermogen huurder = financieel vermogen. Verschil = koper − huurder.
Uitgewerkt voorbeeld
Fictief voorbeeld in EUR over één jaar: woningprijs 120.000, eigen inbreng en beginvermogen 20.000, renteloze lening van 100.000 over tien jaar; huur 1.000 per maand. Zonder overige kosten, waardestijging of rendement is de leningbetaling 833,33 en belegt de koper maandelijks 166,67. Na één jaar is de schuld 90.000, het eigen vermogen in de woning 30.000 en de portefeuille 2.000: samen 32.000 tegenover 20.000 bij huren. Het verschil is 12.000; uitgaande woonbetalingen zijn respectievelijk 30.000 en 12.000.
Aannames en beperkingen
Resultaten zijn gevoelig voor looptijd, huurontwikkeling, onderhoud, verkoopkosten en rendement. Er worden geen belastingen automatisch berekend of actuele woningprijzen opgehaald. Nettovermogen en uitgegeven geld zijn verschillende grootheden. Een gunstig rekenresultaat houdt geen rekening met alle persoonlijke of praktische redenen om te kopen of huren.
Vragen over dit hulpmiddel
Waarom is hypotheekaflossing geen gewone woonkostenpost in het nettovermogen?
Aflossing is een uitgaande betaling, maar verlaagt ook de schuld. Het model toont de betaling in de kasuitgaven en de lagere schuld in het vermogen, zonder de aflossing als verlies aan vermogen dubbel te tellen.